De ene app geeft zaterdag 20% kans op regen, de andere 60%. Dat verschil bewijst op zichzelf niet welke het mis heeft. Verschillende startschattingen en verwachtingskeuzes kunnen tot verschillende plausibele uitkomsten leiden, vooral verder in de toekomst.
Kleine verschillen aan het begin groeien
In 1961 startte Edward Lorenz een weersimulatie opnieuw met 0,506 van een uitdraai in plaats van de opgeslagen 0,506127. Dat verschil was ongeveer één op vierduizend. In twee gesimuleerde maanden liepen de runs uiteen tot heel verschillend weer.
Dit laat zien hoe gevoelig het weer is voor beginomstandigheden. Een verwachting begint met een schatting van de atmosfeer, samengesteld uit onvolledige waarnemingen. Er zitten gaten tussen ballonnen, boeien en satellietmetingen, dus het startbeeld is nooit exact.
Als fouten groeien, neemt het vertrouwen over het algemeen af. NOAA geeft als ruwe vuistregel voor educatie ongeveer 90% nauwkeurigheid op vijf dagen en ongeveer de helft op tien dagen of langer. NOAA legt daar geen enkele verificatiemaatstaf vast, dus die cijfers zijn geen garantie voor jouw stad en geen score voor een bepaalde app.
Verschillende apps kunnen gegevens delen—of andere keuzes maken
Weeraanbieders maken keuzes over modellen, over hoe ze gaten in waarnemingen opvullen en over hoe ze lokale verwachtingen afstemmen. Twee apps met een ander ontwerp kunnen dezelfde aanbieder gebruiken; twee verschillende aanbieders kunnen voor dezelfde locatie andere antwoorden geven.
Alleen de interfaces vergelijken zegt dus weinig over hoe onafhankelijk hun verwachtingen zijn. Achterhaal de onderliggende bron voordat je twee gelijke getallen als apart bewijs ziet.
Kijk wat 'kans op regen' betekent
Voor de Amerikaanse National Weather Service is de neerslagkans de kans dat het verwachtingspunt minstens 0,01 inch regen krijgt. Een waarde van 40% wil niet zeggen dat het 40% van de dag regent.
Die NWS-definitie geldt niet voor elke aanbieder. Houd bij het vergelijken van percentages de locatie en de verwachtingsperiode gelijk, en maak van een kans geen tijdsduur.
Onenigheid is informatie
Meteorologen onderzoeken onzekerheid met ensembles: veel runs met net iets andere beginomstandigheden. Het ensemble van ECMWF heeft één controlerun en vijftig verstoorde leden. Een smalle spreiding wijst op meer overeenstemming over de uitkomst; een brede spreiding laat meer mogelijkheden open.
Twee aanbieders vergelijken lijkt in het klein op dit idee, maar is geen gekalibreerd ensemble. In het illustratieve zaterdagvoorbeeld is 20% tegenover 60% een reden om een reserveplan achter de hand te houden en nog eens te kijken als de dag dichterbij komt. Overeenstemming kan het vertrouwen vergroten, maar beide verwachtingen kunnen er samen naast zitten.
Om te onthouden
Gebruik deze controles de volgende keer:
- Achterhaal welke aanbieder achter elke app zit.
- Vergelijk dezelfde plaats, periode en grootheid.
- Gebruik onenigheid om je opties open te houden en kijk nog eens als het moment dichterbij komt.